
Als je door Singapore reist, valt het meteen op: bijna iedereen draagt een bril en in de metro dommelen scholieren voorovergebogen op hun rugtas in slaap. Hoe verhoudt deze prestatiecultuur zich tot het geloof en echte rust?
Als je in Singapore de metro (de MRT) instapt, valt één ding meteen op: bijna iedereen om je heen draagt een bril. Eerst dacht ik nog dat het een modedingetje was, maar toen ik het opzocht schrok ik van de cijfers. Singapore staat internationaal bekend als de 'myopia capital of the world': de wereldhoofdstad van de bijziendheid. Zo'n 83 procent van de jongvolwassenen draagt een bril. Bij basisschoolkinderen van twaalf jaar is dat al 65 procent. Ter vergelijking: in Nederland ligt dat bij twaalfjarigen rond de 25 procent.
Maar er valt je in diezelfde metro nog iets op dat je raakt. Kijk om je heen in de wagons en je ziet overal mensen diep in slaap. Vooral scholieren zitten met hun hoofd voorovergebogen op hun dikke rugzakken weg te dommelen. Bij elk station schrikken ze even wakker om op het bord te kijken of ze er al uit moeten, om daarna meteen weer in slaap te vallen. Voor veel jongeren is dat halfuurtje in de metro letterlijk het enige moment op de dag om even de ogen dicht te doen. Ik krijg soms echt met ze te doen.
Waar komt die massale bijziendheid vandaan? Het is geen erfelijke afwijking, maar pure biologie in combinatie met de leefstijl hier. Oogartsen en wetenschappers hebben ontdekt dat kinderogen natuurlijk zonlicht nodig hebben om goed te groeien. Buitenlicht stimuleert de aanmaak van dopamine in het netvlies, en dat stofje remt de lengtegroei van de oogbol af. Blijf je alleen maar binnen onder kunstlicht, dan groeit het oog te lang door en word je bijziend. En kinderen komen hier simpelweg nauwelijks buiten. Vanaf jonge leeftijd zitten ze van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat binnen: eerst op school, daarna direct door naar de tuition (bijles), en thuis weer urenlang aan het bureau in een kamer met airco.
Achter die volle lesroosters zit een diepe prestatiecultuur. De samenleving is erg hiërarchisch ingericht en draait om respect voor je ouders. Kinderen voelen een enorme plicht om het goed te doen, omdat hun ouders keihard werken en veel opofferen voor hun toekomst. Tel daar het Singaporese begrip kiasu bij op (de constante angst om de boot te missen), en tienen halen voelt als de enige optie. Ik had het hier laatst over met een van mijn huisgenoten die uit Singapore komt. Hij vertelde dat hij die druk vroeger heel sterk voelde. Zelfs toen hij net zendeling werd, voelde hij de drang om te presteren: 'Ik dacht dat ik mensen tot God moest brengen.' Totdat hij besefte: 'Dat kan ik helemaal niet uit mezelf, dus ik hoef er ook geen prestatie van te maken.' Dat gaf hem enorm veel rust.
Toch zie je diezelfde prestatiedrang ook in het kerkleven doorsijpelen. Doordeweeks draait iedereen lange werkdagen en op zaterdag zijn er bijlessen, waardoor de hele zondag volgepropt raakt met kerkactiviteiten. Afgelopen zondag merkte ik het zelf aan den lijve. Eerst de ochtenddienst, daarna met de jeugd meedoen aan Alpha, samen lunchen en direct door naar een middagdienst. Toen ik daarna nog werd gevraagd voor een extra bijbelstudie, heb ik vriendelijk bedankt. Mijn hoofd zat gewoon vol. 's Avonds plofte ik op bed: dankbaar voor de mooie gesprekken, maar fysiek net zo moe als na een drukke werkdag.
Het zette me ook aan het denken over onze kerken in Nederland. Want doen we thuis stiekem niet precies hetzelfde? Bijna elke doordeweekse avond is er wel een vergadering, club, commissie of taakgroep. Soms lijkt een kerk wel een bedrijf waar alles strak gemanaged en geregeld moet zijn. Begrijp me niet verkeerd, toewijding en orde zijn mooi. Maar raken we in al dat georganiseer niet kwijt waar het om gaat? Hoeveel durven we nog echt aan God toe te vertrouwen, in plaats van alles zelf met commissies en actielijstjes te willen controleren?
Het houdt me zelf ook een spiegel voor. Ik merk dat ik 's avonds op bed al snel mijn laptop erbij pak om nog 'even snel' iets voor de servers van morgen uit te zoeken. Daarom probeer ik nu na het werk bewust de stad in te gaan en ergens te eten, zodat die laptop dicht blijft en ik mezelf dwing om te ontspannen.
In de Bijbel is de rustdag een heilig geschenk. Een moment om de boel de boel te laten en te beseffen dat onze waarde niet afhangt van wat we presteren, organiseren of opleveren, maar van wie we zijn voor God. Of het nu gaat om schoolcijfers, servers of een volle kerkagenda: we mogen leren leunen en rusten in Zijn genade.
Geen update meer missen?
Meld u of meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang automatisch een bericht bij een nieuw verhaal.
Geschreven vanuit Singapore